Wat is arbeidskorting?
De arbeidskorting is een wettelijke heffingskorting van de Nederlandse overheid voor iedereen die werkt in loondienst of als zelfstandig ondernemer. Het is een directe korting op de te betalen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. In tegenstelling tot een belastingaftrekpost (die je belastbare inkomen verlaagt), wordt een heffingskorting rechtstreeks in mindering gebracht op het uiteindelijke belastingbedrag. Daardoor levert de arbeidskorting je euro voor euro direct financieel voordeel op.
Het doel van de arbeidskorting is het stimuleren van arbeidsparticipatie: het zorgt ervoor dat werken financieel meer oplevert dan het ontvangen van een uitkering. De hoogte van de korting hangt rechtstreeks af van je arbeidsinkomen over het betreffende belastingjaar.
Hoe wordt de arbeidskorting in 2026 berekend?
De Belastingdienst stelt ieder kalenderjaar een officiële tabel arbeidskorting vast. De berekening verloopt volgens een trapsgewijs systeem met vier inkomensschijven:
- Opbouwfase (laag inkomen): Bij een laag arbeidsinkomen (tot € 11.965) bedraagt de korting
8,324%van je inkomen. - Versnelde opbouwfase: Tussen € 11.965 en € 25.845 stijgt de korting aanzienlijk met
31,009%over het meerdere, waardoor werken in deeltijd of een minimumloonbaan extra wordt beloond. - Afvlakkende opbouwfase naar het maximum: Tussen € 25.845 en € 45.592 stijgt de korting met
1,950%naar het wettelijke maximum van € 5.685. - Afbouwfase (vanaf € 45.593): Boven het omslagpunt van € 45.592 wordt de arbeidskorting geleidelijk afgebouwd met
6,510%over iedere extra verdiende euro, totdat de korting bij € 132.921 volledig is gedaald naar € 0.
Officiële Belastingdienst tabel arbeidskorting 2026 (onder AOW-leeftijd)
Voor werkenden die in 2026 het gehele jaar nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt, gelden de volgende officiële wettelijke schijven en formules:
| Arbeidsinkomen per jaar | Wettelijke rekenformule arbeidskorting 2026 | Maximale korting in schijf |
|---|---|---|
| Tot en met € 11.965 | 8,324% × arbeidsinkomen | € 996,00 |
| € 11.966 t/m € 25.845 | € 996 + 31,009% × (arbeidsinkomen - € 11.965) | € 5.300,00 |
| € 25.846 t/m € 45.592 | € 5.300 + 1,950% × (arbeidsinkomen - € 25.845) | € 5.685,00 (Maximum) |
| € 45.593 t/m € 132.920 | € 5.685 - 6,510% × (arbeidsinkomen - € 45.592) | Afbouw naar € 0,00 |
| Vanaf € 132.921 | € 0 (geen arbeidskorting meer) | € 0,00 |
Wat is de maximale arbeidskorting in 2026?
De maximale arbeidskorting in 2026 bedraagt € 5.685 op jaarbasis. Dit maximumbedrag bereik je bij een bruto arbeidsinkomen van precies € 45.592. Omgerekend naar een maandbedrag levert de maximale arbeidskorting je een gemiddeld belastingvoordeel op van circa € 473,75 per maand.
Benieuwd naar het effect van de arbeidskorting op je loonstrook? Bereken direct je netto maandsalaris via onze calculator voor netto salaris berekenen.
Wanneer wordt de arbeidskorting afgebouwd?
Zodra je bruto arbeidsinkomen hoger is dan € 45.592, treedt de wettelijke afbouw in werking. Het afbouwpercentage bedraagt 6,510%. Dit betekent dat voor iedere € 1.000 die je boven € 45.592 verdient, je arbeidskorting met € 65,10 daalt.
Deze afbouw verklaart waarom de zogenoemde marginale belastingdruk in Nederland in de midden- en hogere inkomens relatief hoog is: bij een bruto salarisverhoging betaal je niet alleen inkomstenbelasting volgens de belastingschijven van box 1 (bijv. 37,48%), maar verlies je tegelijkertijd 6,510% aan arbeidskorting en eventueel algemene heffingskorting.
Bij welk inkomen krijg je geen arbeidskorting meer?
De afbouwgrens voor de arbeidskorting ligt in 2026 op € 132.920. Verdien je € 132.921 of meer aan bruto arbeidsinkomen per jaar, dan is de arbeidskorting volledig teruggelopen naar € 0. Je hebt dan geen recht meer op arbeidskorting en betaalt het volledige belastingtarief over je inkomen.
Rekenvoorbeelden arbeidskorting bij verschillende inkomens in 2026
In onderstaand overzicht zie je hoe de geschatte arbeidskorting uitpakt bij verschillende jaarsalarissen in 2026 voor iemand onder de AOW-leeftijd:
| Bruto arbeidsinkomen | Geldende fase / schijf | Geschatte arbeidskorting per jaar | Indicatie per maand |
|---|---|---|---|
| € 10.000 (bijbaan / parttime) | Schijf 1 (8,324%) | € 832,40 | ~ € 69,37 |
| € 15.000 (deeltijd) | Schijf 2 (versnelde opbouw) | € 1.937,12 | ~ € 161,43 |
| € 25.000 (modaal parttime) | Schijf 2 (einde versnelling) | € 5.038,07 | ~ € 419,84 |
| € 35.000 (gemiddeld salaris) | Schijf 3 (langzame opbouw) | € 5.478,52 | ~ € 456,54 |
| € 45.592 (piekinkomen) | Schijf 3 (maximum bereikt) | € 5.685,00 (Piek) | ~ € 473,75 |
| € 50.000 (bovenmodaal) | Schijf 4 (afbouw 6,510%) | € 5.398,04 | ~ € 449,84 |
| € 75.000 (hoger inkomen) | Schijf 4 (vervolg afbouw) | € 3.770,54 | ~ € 314,21 |
| € 100.000 (topinkomen) | Schijf 4 (vergevorderde afbouw) | € 2.143,04 | ~ € 178,59 |
| € 135.000 (volledig afgebouwd) | Schijf 5 (boven afbouwgrens) | € 0,00 | € 0,00 |
Wat is arbeidsinkomen voor de Belastingdienst?
Niet ieder inkomen telt mee voor de arbeidskorting. De wet definieert arbeidsinkomen specifiek als inkomen uit tegenwoordige arbeid. Dit betekent dat je daadwerkelijk fysiek of mentaal arbeid moet hebben verricht om het inkomen te verwerven:
- Telt WEL mee als arbeidsinkomen: Bruto salaris uit loondienst, overwerkloon, vakantiegeld (8%), dertiende maand, bonussen, winst uit onderneming (zzp / eenmanszaak), resultaat uit overige werkzaamheden (freelance) en fooien die op de loonstrook staan.
- Telt NIET mee als arbeidsinkomen: Uitkeringen wegens werkloosheid of ziekte (WW, ZW, WIA, Ziektewet), AOW-pensioen, bedrijfspensioenen en lijfrentes, alimentatie, inkomsten uit sparen en beleggen (box 3) en dividend of winst uit aanmerkelijk belang (box 2).
Ontvang je naast je werk een WW-uitkering? Bereken je uitkeringshoogte via onze rekentool voor WW berekenen of controleer je gemiddelde dagloon via dagloon berekenen.
Verschil tussen arbeidsinkomen en verzamelinkomen
Het is belangrijk om arbeidsinkomen niet te verwarren met je verzamelinkomen:
- Arbeidsinkomen: Uitsluitend de inkomsten die je hebt verdiend door te werken. Dit bedrag bepaalt de hoogte van je arbeidskorting.
- Verzamelinkomen: Het totale inkomen uit box 1, box 2 en box 3 na aftrek van eventuele persoonsgebonden aftrekposten (zoals hypotheekrenteaftrek). Het verzamelinkomen bepaalt de hoogte van je algemene heffingskorting en toeslagen (zoals zorgtoeslag of huurtoeslag).
Bereken eenvoudig je totale jaarlijkse loonsom inclusief vakantiebijslag via onze module voor jaarinkomen berekenen.
Verschil tussen arbeidskorting, algemene heffingskorting en loonheffingskorting
In de praktijk halen veel mensen deze drie termen door elkaar. De verschillen zijn echter fundamenteel:
- Arbeidskorting: De specifieke heffingskorting voor werkenden, gebaseerd op het arbeidsinkomen.
- Algemene heffingskorting: De basiskorting voor alle inwoners van Nederland, ongeacht of je werkt, gepensioneerd bent of een uitkering hebt. Deze wordt afgebouwd op basis van je totale verzamelinkomen.
- Loonheffingskorting: Een administratieve verzamelterm op je loonstrook. Wanneer je werkgever de loonheffingskorting toepast, worden de algemene heffingskorting en de arbeidskorting direct verrekend met je maandelijkse loonbelasting, waardoor je netto salaris hoger uitvalt.
Hoe werkt arbeidskorting bij het bereiken van de AOW-leeftijd?
Zodra je de AOW-leeftijd bereikt, ben je vrijgesteld van de premie voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) in de eerste belastingschijf. Omdat je minder belasting en premies betaalt, zijn ook de wettelijke heffingskortingen lager vastgesteld.
Voor werkenden die het gehele kalenderjaar 2026 de AOW-leeftijd hebben, geldt de volgende tabel met een maximale korting van € 2.840 (ongeveer 50% van het reguliere maximum):
| Arbeidsinkomen (AOW hele jaar) | Wettelijke rekenformule AOW 2026 | Maximale korting in schijf |
|---|---|---|
| Tot en met € 11.965 | 4,156% × arbeidsinkomen | € 498,00 |
| € 11.966 t/m € 25.845 | € 498 + 15,483% × (arbeidsinkomen - € 11.965) | € 2.647,00 |
| € 25.846 t/m € 45.592 | € 2.647 + 0,974% × (arbeidsinkomen - € 25.845) | € 2.840,00 (Maximum) |
| € 45.593 t/m € 132.920 | € 2.840 - 3,250% × (arbeidsinkomen - € 45.592) | Afbouw naar € 0,00 |
| Vanaf € 132.921 | € 0 (geen arbeidskorting meer) | € 0,00 |
Wat als je in 2026 de AOW-leeftijd bereikt?
Word je in de loop van 2026 AOW-gerechtigd (bijvoorbeeld in mei of september)? Dan geldt noch de reguliere tabel voor het hele jaar, noch de volledige AOW-tabel. De Belastingdienst berekent in dat geval een tijdsevenredig gewogen tarief. Over de maanden vóór je AOW-leeftijd geldt het hogere percentage, en over de maanden vanaf je AOW-leeftijd het lagere percentage. Voor deze situatie kun je de officiële rekenhulp van de Belastingdienst raadplegen voor de exacte dagberekening.
Arbeidskorting bij deeltijdwerk, bijbanen en meerdere werkgevers
De arbeidskorting kijkt niet naar het aantal contracturen of naar een fulltime equivalent (FTE), maar uitsluitend naar het totale aantal euro's dat je verdient:
- Deeltijdwerk: Als parttimer met een salaris tussen € 11.965 en € 25.845 profiteer je maximaal van de versnelde opbouw (31,009%). Ieder extra gewerkt uur levert daardoor netto verhoudingsgewijs veel op. Vergelijk parttime inkomens eenvoudig via onze tool voor parttime salaris berekenen.
- Meerdere banen: Heb je twee banen of een bijbaan naast je hoofdbaan? Dan berekent iedere werkgever de loonheffing op basis van het loon dat hij zelf uitbetaalt. Laat de loonheffingskorting slechts bij één werkgever toepassen om te voorkomen dat er te veel arbeidskorting wordt voorgeschoten en je bij de belastingaangifte moet terugbetalen.
Waarom verschilt de loonstrook soms van de belastingaangifte?
Gedurende het jaar schat je werkgever je jaarsalaris in en past per salarisstrook een twaalfde deel van de verwachte arbeidskorting toe. Als je in de loop van het jaar promotie krijgt, een bonus ontvangt, overuren maakt of van baan wisselt, verandert je uiteindelijke jaarinkomen.
Bij de jaarlijkse inkomstenbelastingaangifte telt de Belastingdienst al je daadwerkelijke inkomsten over het hele jaar bij elkaar op en berekent de definitieve arbeidskorting. Heb je via de loonstroken te weinig arbeidskorting ontvangen? Dan krijg je het verschil terug. Is er te veel arbeidskorting verrekend (bijvoorbeeld doordat je boven de afbouwgrens bent uitgekomen)? Dan moet je belasting bijbetalen.
Wil je inzicht in je werkelijke besteedbare inkomen na aftrek van vaste lasten en belastingen? Bekijk dan ook onze rekenmodule voor netto besteedbaar inkomen berekenen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel arbeidskorting krijg ik in 2026?
Hoeveel arbeidskorting je in 2026 krijgt, hangt af van je totale bruto arbeidsinkomen en of je de AOW-leeftijd hebt bereikt. Bij een arbeidsinkomen tot € 11.965 bedraagt de korting 8,324% van je loon. Tussen € 11.965 en € 25.845 loopt de korting sterk op, waarna de maximale arbeidskorting van € 5.685 wordt bereikt bij een inkomen van € 45.592. Verdien je meer dan € 45.592, dan wordt de korting geleidelijk afgebouwd met 6,510% totdat deze bij € 132.921 precies € 0 is.
Hoe wordt de arbeidskorting berekend?
De Belastingdienst berekent de arbeidskorting aan de hand van een wettelijke staffel met vier inkomensschijven. In de eerste drie schijven stijgt de korting naarmate je meer verdient. Vanaf de piekgrens van € 45.592 (waarop je de maximale € 5.685 ontvangt) start het afbouwtraject: over iedere euro die je boven € 45.592 verdient, wordt de arbeidskorting verlaagd met 6,510%.
Wat is de maximale arbeidskorting in 2026?
In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting voor werknemers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt € 5.685 per jaar. Dit maximumbedrag geldt bij een bruto arbeidsinkomen van precies € 45.592. Voor werknemers die het hele jaar de AOW-leeftijd hebben, is de maximale arbeidskorting vastgesteld op € 2.840 (eveneens bij € 45.592).
Bij welk inkomen wordt de arbeidskorting afgebouwd?
In 2026 start de afbouw van de arbeidskorting bij een bruto arbeidsinkomen van € 45.593 per jaar. Vanaf dit bedrag daalt de korting met 6,510% over het meerdere boven € 45.592. Verdien je bijvoorbeeld € 50.000, dan wordt de korting verlaagd met 6,510% over € 4.408 (= € 286,96 afbouw), waardoor je nog circa € 5.398 aan arbeidskorting overhoudt.
Bij welk inkomen krijg je geen arbeidskorting meer?
Bij een bruto arbeidsinkomen van € 132.921 of hoger per jaar heb je in 2026 geen recht meer op arbeidskorting. Door de wettelijke afbouw van 6,510% boven € 45.592 daalt de korting geleidelijk van € 5.685 naar precies € 0 bij het bereiken van de afbouwgrens van € 132.920.
Wat is het verschil tussen arbeidskorting en algemene heffingskorting?
De arbeidskorting is uitsluitend bedoeld voor werkenden en wordt berekend over je inkomen uit tegenwoordige arbeid (loon of winst uit onderneming). De algemene heffingskorting geldt daarentegen voor iedere belastingplichtige in Nederland en wordt berekend over je totale verzamelinkomen (inclusief pensioen, AOW en uitkeringen). Beide heffingskortingen verlagen de uiteindelijke te betalen inkomstenbelasting.
Wat is het verschil tussen arbeidskorting en loonheffingskorting?
Loonheffingskorting is geen op zichzelf staande korting, maar een overkoepelend vinkje op je loonbelastingverklaring. Als je kiest voor de toepassing van loonheffingskorting bij je werkgever, houdt deze bij de salarisbetaling direct rekening met zowel de algemene heffingskorting als de arbeidskorting. Daardoor wordt er maandelijks minder loonbelasting ingehouden en is je nettoloon hoger.
Heeft mijn bruto salaris invloed op mijn arbeidskorting?
Ja, direct. Je bruto salaris (inclusief vakantiegeld, 13e maand en belastbare toeslagen) vormt de basis van je arbeidsinkomen. Verdien je tot € 45.592, dan zorgt een salarisverhoging voor een hogere arbeidskorting. Ligt je salaris echter tussen € 45.592 en € 132.920, dan zorgt een hoger bruto salaris juist voor een lagere arbeidskorting door de afbouw van 6,510%.
Hoe werkt arbeidskorting als ik meerdere banen heb?
Bij meerdere banen passen de afzonderlijke werkgevers de loonheffingskorting meestal maar bij één werkgever toe (om te voorkomen dat heffingskortingen dubbel worden verrekend). Bij de jaarlijkse belastingaangifte telt de Belastingdienst al je inkomsten bij elkaar op en berekent de definitieve arbeidskorting over je gezamenlijke arbeidsinkomen over het hele kalenderjaar.
Hoe werkt arbeidskorting als ik de AOW-leeftijd bereik?
Vanaf de AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer in de eerste belastingschijf. Daardoor zijn de heffingskortingen, waaronder de arbeidskorting, gehalveerd (maximaal € 2.840 in plaats van € 5.685). Bereik je in de loop van 2026 de AOW-leeftijd, dan berekent de Belastingdienst een tijdsevenredig gemengd tarief op basis van de exacte maand waarin je AOW ingaat.